Hielpijn tijdens sporten komt bij actieve kinderen regelmatig voor. Meestal is het geen gevolg van één verkeerde beweging, maar van een optelsom: veel impact, een harde ondergrond, een volle sportweek en een lichaam dat in de groei is. Als je begrijpt waar die belasting vandaan komt, kun je als ouder of trainer gerichter kijken en op tijd bijsturen.
Wat sporten van de hiel vraagt
Bij elke stap komt een deel van het lichaamsgewicht via de hiel op de grond. Bij rennen en springen is die kracht groter dan bij wandelen en komt hij ook sneller. Tegelijk trekken de kuitspieren via de achillespees aan de achterkant van het hielbeen, vooral op het moment van afzetten. Bij een kind in de groei zit op die plek nog een groeizone, die gevoeliger is voor herhaalde trek en druk dan volgroeid bot. Hoe die groeizone werkt, lees je in de uitleg over de ziekte van Sever.
Landen, afzetten, sprinten en draaien
Niet elke beweging belast de hiel op dezelfde manier. Vooral korte, explosieve acties vragen veel:
- Landen na een sprong: de achtervoet vangt een korte, harde klap op, zeker als een kind stijf of op de hakken landt.
- Afzetten bij een sprint of sprong: de achillespees trekt dan krachtig aan het hielbeen.
- Sprinten en afremmen: korte versnellingen en abrupte stops geven veel piekbelasting in weinig tijd.
- Richtingswissels: bij snel draaien en uitstappen werken er extra krachten op hiel en enkel.
- Lang achter elkaar rennen: minder piekbelasting, maar wel heel veel herhalingen.
Een training met veel van deze momenten achter elkaar, zoals een partijvorm, sprongoefeningen of sprintestafettes, vraagt dus meer van de hiel dan een rustige techniektraining.
De ondergrond telt mee
Een harde vloer geeft weinig mee, waardoor de voet meer van de schok zelf moet opvangen. Zaalvloeren, asfalt en betonnen schoolpleinen zijn daar voorbeelden van. Kunstgras voelt soms zacht aan, maar de onderlaag kan stevig zijn, en noppen zorgen ervoor dat de voet bij draaien vaster op de grond blijft staan. Ook natuurgras verschilt per seizoen: een droog veld in de zomer is een stuk harder dan in het najaar. Daarnaast speelt de schoen mee. Een dunne of versleten zool, of een schoen die niet bij de ondergrond past, geeft de hiel minder bescherming. Waar je op kunt letten, lees je bij sportschoenen bij de ziekte van Sever.
Trainingsvolume en piekbelasting
Voor de hiel telt niet alleen hoe zwaar één training is, maar ook hoeveel er in korte tijd samenkomt. Denk aan een week met twee trainingen, een wedstrijd, gymles en elke dag buitenspelen. Klachten vallen vaak op na een duidelijke verandering, bijvoorbeeld:
- de start van een nieuw seizoen na een rustige vakantie;
- een extra team, selectie of trainingsgroep;
- een toernooi of sportkamp met meerdere wedstrijden op één dag;
- een overstap naar een sport met meer springen of sprinten.
Geleidelijk opbouwen en rustigere dagen tussen intensieve dagen geven het lichaam tijd om zich aan te passen. Dat geldt ook voor kinderen die fit zijn en veel plezier in hun sport hebben.
Groei zet de hiel extra onder spanning
Tijdens een groeispurt kan het bot tijdelijk sneller langer worden dan spieren en pezen kunnen bijhouden. De kuit en de achillespees voelen dan strakker aan en trekken harder aan de achterkant van de hiel. Een kind dat vorig seizoen zonder problemen dezelfde trainingen deed, kan daardoor nu wel last krijgen. Dat is geen teken van zwakte of verkeerd sporten. Het betekent wel dat de belasting tijdelijk beter moet passen bij wat het lichaam aankan. Over het verschil met klassieke groeipijn lees je meer bij groeipijn in de hiel.
Sporten die veel van de hiel vragen
Elke sport heeft een eigen belastingpatroon. Dit is geen ranglijst: binnen één sport verschilt de belasting sterk per positie, training en kind.
- Voetbal: veel sprints, stops en draaimomenten, vaak op kunstgras met noppen.
- Hockey: een lage houding, korte sprints en snelle richtingswissels.
- Basketbal: veel springen en landen op een harde zaalvloer.
- Atletiek: sprinten, afzetten bij springnummers en veel herhalingen op de baan.
- Turnen: landingen na sprongen, vaak op blote voeten.
- Tennis: korte versnellingen, zijwaartse bewegingen en vaak een harde baan.
Signalen tijdens het sporten
Kinderen zeggen niet altijd dat iets pijn doet, zeker niet midden in een wedstrijd. Let daarom ook op wat je ziet:
- op de tenen lopen of de hiel juist ontzien;
- manken, vooral bij het opstarten na een pauze;
- minder krachtig afzetten of sprongen vermijden;
- vaker stilstaan, om een wissel vragen of aan de hiel voelen;
- sneller moe zijn of minder plezier hebben dan normaal.
Sommige kinderen voelen tijdens het sporten weinig en merken de pijn pas thuis. Wat je dan kunt observeren en doen, staat in het artikel kind pijn aan hiel na sporten. Voor trainers helpt het om na afloop kort te vragen hoe het gaat en tijdelijk minder sprint- en sprongwerk te plannen voor een kind met klachten.
Andere oorzaken en wanneer je hulp vraagt
Bij sportende kinderen in de groei wordt bij hielpijn vaak aan de ziekte van Sever gedacht, maar er zijn ook andere mogelijkheden. Denk aan een geïrriteerde achillespees, een kneuzing na een harde landing, overbelasting van de voetzool of een blessure na een val of verzwikking. Ook de stand van de voet kan meespelen. Een huisarts, (kinder)fysiotherapeut of podotherapeut kan beoordelen wat er bij jouw kind speelt. Vraag sneller hulp bij:
- pijn in rust of ’s nachts;
- koorts of als je kind zich ziek voelt;
- zwelling, roodheid of een warme hiel;
- pijn na een ongeval, val of verdraaiing;
- niet of nauwelijks op de voet kunnen staan;
- pijn die blijft toenemen of het gewone lopen beperkt.
Veelgestelde vragen
Moet mijn kind stoppen met sporten bij hielpijn?
Niet altijd. Vaak is het verstandig activiteiten die duidelijk pijn uitlokken tijdelijk te verminderen en het sporten daarna stap voor stap weer op te bouwen. Doorgaan terwijl je kind mank loopt of steeds meer pijn krijgt, is geen goed idee. Bij twijfel vraag je persoonlijk advies.
Waarom heeft mijn kind wel pijn bij voetbal, maar niet bij zwemmen?
Bij zwemmen en fietsen komt er nauwelijks impact op de hiel, bij sporten met rennen, springen en afzetten wel. Dat verschil past bij een klacht die met belasting samenhangt, maar zegt nog niets over de precieze oorzaak.
Is een zachte ondergrond altijd beter?
Niet per se. Een zachtere ondergrond kan de klap bij het landen verminderen, maar ongelijk of erg zacht terrein vraagt juist meer stabiliteit van de enkel. Kijk vooral naar de totale belasting en naar goed passende schoenen.
Kunnen inlegzolen helpen bij hielpijn tijdens sporten?
Dempende inlegzolen of hielcups kunnen bij sommige kinderen comfort geven tijdens het sporten. ZOL maakt dempende 3/4 inlegzolen voor sportende kinderen. Zo’n zool is geen behandeling en vervangt geen aangepaste belasting of beoordeling door een professional wanneer de pijn aanhoudt.
Deze pagina geeft algemene informatie en vervangt geen diagnose of persoonlijk advies van een arts, kinderfysiotherapeut of podotherapeut.