Hockey is een snelle sport met veel korte acties, en jeugdspelers trainen en spelen het hele jaar door, buiten op kunstgras en in de winter vaak ook in de zaal. Krijgt je kind in een groeiperiode pijn achter of onder de hiel, dan kan dat passen bij de ziekte van Sever. Of dat zo is, beoordeelt een zorgprofessional. Hier lees je wat hockey zo belastend maakt voor de hiel en hoe je de sport samen met kind en trainer kunt aanpassen.
Wat hockey vraagt van de hiel
Bij de ziekte van Sever is de groeizone achter in het hielbeen geïrriteerd door trekkracht van de achillespees en herhaalde impact. In hockey komen die twee samen. Een veldspeler sprint vaak kort en snel, remt abrupt af om de bal aan te nemen, draait weg en versnelt opnieuw. Daarbij speelt een hockeyer voorovergebogen, met gebogen knieën en het gewicht naar voren. In die houding staan kuit en achillespees langere tijd onder spanning.
Wil je eerst meer weten over de klacht zelf, lees dan wat de ziekte van Sever is. Voor kinderen die vaker na het sporten klagen, is ook pijn aan de hiel na het sporten nuttig.
Kunstgras, waterveld en zaal
Hockey wordt bijna altijd op kunstgras gespeeld. Er zijn zandvelden, zandingestrooide velden en watervelden, die voor de wedstrijd worden besproeid zodat de bal sneller rolt. Al deze velden zijn vlak en snel, en ze geven minder mee dan een zachte grasmat. Hoe een veld aanvoelt, verschilt per club en per veld.
In de winter gaan veel teams de zaal in. Zaalhockey wordt gespeeld op een harde sportvloer, in een kleiner veld, met nog meer korte acties, stops en draaibewegingen. Voor sommige kinderen valt de overgang van buiten naar binnen samen met een toename van de hielklachten. Let daarom extra op in de eerste weken van het zaalseizoen en bij de terugkeer naar het veld.
Veldspelers en keepers
De belasting verschilt per positie. Een veldspeler maakt vooral veel sprintjes, stops en wendingen. Een keeper staat lange tijd in een lage, gebogen houding op de voorvoeten, zet zijwaarts af en draagt zware beschermers en kickers. Dat is een andere belasting, maar niet automatisch een lichtere.
- veldspelers: let op pijn na sprintvormen, wedstrijden met veel balbezit van de tegenstander en drukke trainingsweken;
- keepers: let op pijn na lange sessies in de lage keepershouding en veel afzetten voor reddingen;
- kinderen die in meerdere teams spelen of ook nog een andere sport doen: tel alle uren bij elkaar op.
Hockeyschoenen en ondersteuning
Hockeyschoenen hebben een zool met kleine rubberen nopjes of een profiel dat grip geeft op kunstgras, en ze zijn vaak stevig rond de enkel en de neus. Voor de zaal is een aparte zaalschoen met platte zool nodig. Controleer bij beide paren:
- of de hielkap de hiel stevig omsluit zonder te knellen;
- of er nog genoeg ruimte voor de tenen is, want kinderen in de groei schieten snel door een maat heen;
- of de zool versleten is aan de achterkant of scheef afslijt;
- of de schoen na een waterveld weer droog genoeg kan worden, want een natte schoen gaat sneller schuiven.
Dempende inlegzolen of hielcups kunnen bij sommige kinderen comfort geven, maar ze genezen de groeizone niet. Een 3/4 zool laat bij de voorvoet ruimte over, wat in een strak sluitende hockeyschoen kan helpen. ZOL maakt zulke dempende 3/4 inlegzolen voor sportende kinderen; op de productpagina lees je meer. Een podotherapeut kan beoordelen of een zool bij jouw kind en de schoenen past. Zie ook inlegzolen bij de ziekte van Sever.
Trainingsbelasting aanpassen
Stoppen met hockey is niet altijd nodig. Het helpt om de onderdelen te verminderen die duidelijk pijn uitlokken en de rest zo veel mogelijk door te laten gaan. Een kind dat mee blijft doen met techniekvormen, houdt contact met het team. Denk aan minder sprint- en conditievormen, kortere wedstrijdblokken met vaker wisselen, en voldoende rust tussen trainingen. Kijk ook naar de volgende ochtend: is de hiel dan stijver of pijnlijker, dan was de belasting waarschijnlijk te hoog. Rustig fietsen of zwemmen kan tijdelijk een deel van de beweging overnemen.
Samenwerken met de trainer
Bij hockey wordt veel gewisseld, en dat maakt aanpassen in een wedstrijd vaak makkelijker dan bij andere sporten. Vertel de trainer welke acties pijn doen en wat een huisarts of fysiotherapeut heeft geadviseerd. Spreek af dat je kind zich mag melden om te wisselen en dat dat gewoon goed is. Bij keepers kan de trainer kijken naar de lengte van keeperstrainingen. Als je kind in de winter in meerdere zaalteams speelt, helpt het om dat met beide trainers af te stemmen.
Terugkeer en wanneer je hulp vraagt
Bouw het hockeyen geleidelijk op wanneer lopen en lichte beweging zonder klachten gaan. Begin met techniek en passen, voeg daarna sprints en wedstrijdvormen toe en kijk steeds hoe de hiel de volgende dag reageert. Een (kinder)fysiotherapeut kan helpen met de opbouw en met oefeningen voor kuit en enkel.
Laat hielpijn beoordelen door de huisarts, een (kinder)fysiotherapeut of podotherapeut als de klachten terug blijven komen of erger worden. Ga sneller naar de huisarts bij pijn in rust of ’s nachts, koorts, zwelling of roodheid, na een ongeval of een bal of stick tegen de hiel, als je kind niet op de voet kan staan of als de pijn steeds toeneemt.
Veelgestelde vragen
Is zaalhockey zwaarder voor de hiel dan veldhockey?
Dat verschilt per kind. De harde vloer en de vele korte acties in de zaal kunnen klachten opvallender maken, maar sommige kinderen merken weinig verschil. Let vooral op hoe je kind reageert na de eerste zaaltrainingen.
Is keepen een goed alternatief bij hielpijn?
Niet vanzelf. Keepen vraagt een lage houding en veel afzetten. Of het voor jouw kind minder pijn geeft, merk je pas door het rustig te proberen en goed te letten op de dag erna.
Mag mijn kind doorspelen als het pijn heeft?
Volgens de geraadpleegde ziekenhuisinformatie veroorzaakt bewegen geen blijvende schade aan de hiel, maar te veel belasting kan de pijn wel laten aanhouden. Laat de pijn tijdens en na het hockeyen leidend zijn en vraag advies bij twijfel.
Deze pagina geeft algemene informatie over hielpijn bij hockeyende kinderen en vervangt geen diagnose of persoonlijk advies van een huisarts, kinderfysiotherapeut of podotherapeut.